Dat is de titel van mij column deze week bij Investment Officer en BNR.
Hier is de tekst:
Eerst een kort stukje economenjargon. In een markteconomie worden allocatiebeslissingen gedreven door relatieve prijzen. In gewone-mensentaal: wat we produceren, hoe we dat doen en voor wie wordt in een markteconomie bepaald door het prijsmechanisme. Uiteraard zijn niet alle prijzen even belangrijk voor hoe de economie zich ontwikkelt.
Al vroeg in mijn loopbaan als bankeconoom, waarin ik de economische ontwikkelingen in veel landen mocht analyseren, concludeerde ik dat in elke economie eigenlijk slechts twee prijzen er echt toe doen. De rest is min of meer bijzaak. Die twee voor de ontwikkeling van een economie cruciale prijzen waren de prijs voor olie en de prijs voor geld, dat wil zeggen de rente en de wisselkoers.
De wereld verandert en je inzichten schrijden voort. Van tijd tot tijd pas je daarom je credo aan. Ik ben toe aan een herziening van mijn oude stelling. De prijs voor energie blijft op mij lijstje van twee, maar ik schrap de prijs van geld van mijn lijstje. Daar heb ik lang nagedacht en ik zeg zeker niet dat de prijs voor geld er helemaal niet toe doet. Maar de invloed van de rente op de reële economie lijkt mij de laatste minder groot te zijn geweest dan ik had verwacht.
VS en Europa versus Brazilië
Toen de inflatie door de pandemie opliep, meenden de ECB en de Fed dat de hogere inflatie een tijdelijke zaak zou zijn en geen reden om de rente te verhogen. De Braziliaanse centrale bank zag het anders en begon in 2021 met renteverhogingen. Ruim een jaar later volgden de Fed en de ECB alsnog. Voor het verloop van de inflatie heeft dat geen verschil gemaakt tussen Brazilië enerzijds en de VS en Europa anderzijds. Die heeft zich in alle drie deze economieën redelijk parallel ontwikkeld. De renteverhogingen van de Fed en de ECB waren erop gericht om de economische groei te dempen om zo de inflatie te drukken. In de eurozone daalde de economische groei vervolgens inderdaad, maar in de VS niet. Toch daalde de inflatie in beide economieën min of meer parallel.
Wat ik in discussies ook steeds hoor is dat de investeringen in AI en alles wat daarmee samenhangt totaal renteongevoelig zijn. Gelet op de prominente rol die AI in onze economie zal spelen, lijkt de rente ook daarom minder invloed te hebben.
Openbaar bestuur
In plaats van de prijs van geld noteer ik nu de prijs (of zo u wilt de kosten) van het openbaar bestuur op mijn lijstje van de twee prijzen die er veruit het meest toe doen voor de ontwikkeling van de economie op langere termijn. Het overheidsapparaat kun je beschouwen als ‘overhead’ van de economie. Als bedrijven financieel onder druk komen, snijden ze bij voorkeur het eerst in ‘overhead’. Dat is niet voor niets. En het is van alle tijden. Toen ik in 1984 bij de toenmalige AMRO Bank begon, was daar juist een door McKinsey geleide ‘Overhead Value Analysis’ bezig.
De huidige versie van mijn oude stelling is derhalve dat de enige prijzen die er echt toe doen voor onze economische ontwikkeling op langere termijn de prijzen voor energie en de prijs van het overheidsapparaat zijn. Kijkend naar onze toekomst, houd ik mijn hart vast. Energieprijzen die hoger zijn dan elders en door de energietransitie in absolute en in relatieve zin verder omhooggeduwd zullen worden, beloven weinig goeds. Daarnaast zijn de kosten voor ons overheidsapparaat de laatste jaren behoorlijk toegenomen. Dat komt niet doordat ambtenaren niet hard genoeg werken, maar doordat ze vanwege almaar toenemende regelgeving worden overvraagd.
Twijfel
Nu ik dit opschrijf, twijfel ik toch weer aan de relevantie van de rente. Door een forse stijging van de kapitaalmarktrente kan de obligatiemarkt een signaal geven dat de beleidsmakers zich met voortdurende schuldopbouw op een onhoudbaar pad begeven. Ik beloof plechtig dat ik de rente weer op mijn lijstje zet als een stijgende kapitaalmarktrente de Franse regering er uiteindelijk toe weet te bewegen om de overheidsfinanciën onder controle te brengen. Sterker nog, als dat lukt komt de rente met stip op één te staan. Maar ook daar heb ik een hard hoofd in.