Exorbitant probleem

Dat is de titel van mijn column die vorige week vrijdag in de Telegraaf stond. Hier is de tekst:

Europeanen zijn al zestig jaar jaloers op de dominantie van de Amerikaanse dollar als belangrijkste valuta in de wereld. De ECB wil daar verandering in brengen en stelt kredietfaciliteiten beschikbaar aan andere centrale banken in de wereld om de internationale rol van de euro te verstevigen.

Midden jaren zestig omschreef de toenmalige Franse minister van Financiën het voordeel dat de Amerikanen ontlenen aan de dominante rol van hun munt als een “exorbitant privilege”. Een paar jaar later zei de Amerikaanse minister van Financiën: “the dollar is our currency, but it’s your problem”.

Door de dominantie van de dollar kunnen Amerikaanse bedrijven overal in de wereld zakendoen in hun eigen munt. Dat is zeker een voordeel. Verder verstrekken andere landen feitelijk bijna onbeperkt krediet aan de VS door het aanhouden van grote hoeveelheden dollars. De rente daarop wordt dan ook nog eens grotendeels in de VS bepaald. Dus: haast onbeperkt krediet tegen een rente die jezelf kunt bepalen. Lekker hoor. Wie wil dat nou niet?

Voorlopig ligt de euro een stuk achter op de dollar. Naar schatting geschiedt ongeveer de helft van alle internationale handel in dollars. Als je de onderlinge handel tussen eurolanden niet meetelt, is dat voor de euro zo’n 15%. En centrale banken houden wereldwijd een kleine 60% van hun reserves aan in dollars, tegen zo’n 20% in euro’s.

Aan de status van belangrijkste valuta in de wereld kleven naast de geschetste voordelen echter ook nadelen. Laten we die niet vergeten.

Ten eerste is de wisselkoers van een sleutelvaluta nog meer speelbal van sentimenten op financiële markten dan die van andere valuta’s. Dat kan vervelend zijn, zeker omdat de economie van het eurogebied meer open is dan die van de VS en daardoor kwetsbaarder voor ongewenste valutaire bewegingen.

Daarnaast, de status van sleutelvalutaland heeft ertoe geleid dat de VS al decennia tekorten registreren in de internationale handel. Eigenlijk betekent het dat ze al decennia boven hun stand leven. Is dat werkelijk onze aspiratie?

En dan het argument dat een versterking van de internationale rol van de euro zou leiden tot een lagere rente. Je hoort die geluiden ook in de discussie over eurobonds. Die zouden eveneens leiden tot lagere rente, al is het onwaarschijnlijk dat dat voor onze overheid zou gelden. Vanuit een Nederlands perspectief begrijp ik die obsessie met zo laag mogelijke rente niet. We zijn een spaarzaam volkje. Onze overheid heeft een schuld, maar als land hebben we spaaroverschotten. We zijn een crediteurenland. Voor de meeste Nederlanders met wat spaargeld en een pensioenpot is een hogere rente fijner dan een lagere.

Wat betreft die wens om van de euro de belangrijkste sleutelvaluta te maken zou ik zeggen: be careful what you wish for – het kan zomaar uitkomen.