De markt doet haar werk

Dit is de titel van mijn column afgelopen week in de Telegraaf.

Hier is de tekst.

Toen ik werd geboren hadden mijn ouders al een auto. Ze dreven een banketbakkerij en de auto werd dan ook deels privé, deels zakelijk gebruikt. Flitsmeister bestond nog niet, maar files waren er al wel. Midden jaren zestig kostte benzine 60 cent (in guldens) per liter. Mijn vader was soms ongeduldig en ik herinner mij dat hij regelmatig uitriep dat de benzineprijs ‘één-vijftig’ zou moeten zijn, meer dan een verdubbeling. Dat zou het autoverkeer beperken en kennelijk was hij bereid die hogere prijs te betalen. Je hoeft niet economisch geschoold te zijn om het prijsmechanisme goed te begrijpen.

Inmiddels is de prijs aan de pomp op veel plekken zo’n EUR 2,50, pak hem beet zo’n 20 tot 25 procent hoger dan voor de aanvallen op Iran. Vergeleken met de prijsstijging die mijn vader wenste, valt dat nog mee. Toch schijnt de automobilist al wat minder te rijden.

Luid is de roep om accijns- of BTW-verlaging. Daarvoor heb ik alle begrip, maar tegelijkertijd heb ik er theoretisch een probleem mee.

Er sijpelt kennelijk nog wel wat olie door de Straat van Hormuz, maar bij lange na niet de gebruikelijke 20 procent van het mondiale verbruik. Door de sterk verminderde doorvaart is het wereldwijde aanbod van olie opeens behoorlijk teruggevallen waardoor de vraag het aanbod nu ruim overtreft. We kunnen even interen op voorraden, maar de vraag kan het aanbod niet langdurig overtreffen.

De hogere olieprijs en in het kielzog daarvan de hogere prijzen aan de pomp moeten leiden tot een nieuw evenwicht van vraag en aanbod. Productie die niet rendabel was bij de prijs van voor de aanvallen op Iran, maar dat wel is bij de huidige prijs kan ter hand worden genomen waardoor het aanbod stijgt. Dat zal echter onvoldoende zijn om het vraagoverschot geheel te compenseren. Daarnaast moet de hogere prijs daarom vooral de vraag indammen. ‘Demand destruction’ noemen Engelstalige economen dat heel treffend.

Als overheden accijnzen en andere belastingen op brandstoffen verlagen om de consument te beschermen, dan wordt het evenwichtsherstellende mechanisme ondermijnd. Een deel van de consumenten wordt dan immers afgeschermd van de hogere prijzen en aldus gevrijwaard van de noodzakelijke ‘demand destruction’. Dat is fijn voor hen, maar het betekent slechts dat anderen, die niet zulke steun krijgen, een nog grotere bijdrage moeten leveren aan het verminderen van de vraag. Hen staat nog forsere prijsstijgingen te wachten.

Onlangs betoogde een kennis dat de overheid de accijns of de BTW op brandstoffen moet verlagen omdat hij anders gedwongen is minder te rijden. Dat is nou precies de bedoeling, dacht ik. Ik ben een fan van marktwerking, maar realiseer me terdege dat de markt niet altijd resultaten oplevert die voor iedereen bevredigend zijn.