Dat is de titel van mijn bijdrage die donderdag verscheen bij Wynia’s Week.
Het contact met de redactie is altijd zakelijk en heel kort. Dat vind ik heel fijn. Ik stuur mijn tekst en krijg dan per ommegaande een mailtje terug met slechte één woord: “Dankjewel!”
Dit keer kwam er later nog een mailtje met de volgende tekst: “Dag Han, de eindredacteur en ik waren beiden blij met en ook wel verrast door deze column. ‘Dat had ook best opening voorpagina Financial Times kunnen zijn’, zei ik tegen hem.”
Er stond geen toevoeging bij in de trant van “als jouw cijfers correct zijn”. En terecht, want ik baseer me gewoon op CPB-cijfers. Dat dit toch niet op de voorpagina stond/staat van de Financial Times (of het Financieele Dagblad, for that matter) is inderdaad een raadsel.
Hier is de volledige tekst.
Economen waren er na het uitbreken van de oorlog in Iran, het sluiten van de Straat van Hormuz en de stijging van de energieprijzen die daar het gevolg van was rap bij om hun economische voorspellingen te verlagen. Alom werd dit jaar daardoor een behoorlijke terugval van de groei van de wereldhandel verwacht. Tot dusver wordt die sombere verwachting door de cijfers op spectaculaire wijze gelogenstraft. Dit is zonder twijfel de grootste en meest positieve economische verrassing van het jaar. De wereldhandel is als de polsslag van de mondiale economie, dus die probeer ik zo goed mogelijk te volgen.
Het meten van het volume van de wereldhandel valt niet mee. Het CPB slaat er gelukkig maandelijks een heroïsche slag naar. Daarbij zijn de rekenmeesters afhankelijk van nationale bronnen uit de hele wereld. Die zijn met de nodige onzekerheden omgeven, dus de cijfers vormen bepaald geen op de millimeter nauwkeurige meting. Maar een redelijk betrouwbaar beeld geven ze waarschijnlijk wel en wereldwijd respecteren economen de CPB-cijfers.
In april voorspelde het IMF nog ongeveer een halvering van de groei van de wereldhandel ten opzichte van de groei in 2025. De CPB-cijfers laten echter juist een versnelling zien. In de eerste vijf maanden van 2026 was het volume van de wereldhandel volgens het CPB 5,3% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. In heel 2025 groeide de wereldhandel nog met 4,3%.

Je zou denken dat de vlag dan uit gaat en dat economen zich aan kritische zelfreflectie onderwerpen door zich af te vragen hoe het komt dat ze er (tot dusver) zo spectaculair naast zitten. Niets van dat alles. Met een ogenschijnlijk forse dosis tegenzin passen economen hun voorspellingen aan nu de cijfers een heel ander beeld schetsen dan zij eerder voorspelden. Het IMF, bijvoorbeeld, heeft de raming voor de wereldhandelsgroei dit jaar in juli met 0,7% verhoogd. Met hun meest recente raming voorziet het IMF evenwel nog altijd een lagere groei dit jaar dan vorig jaar. Doordat de eerste vijf maanden van het jaar juist een hogere groei hebben opgeleverd, impliceert de nieuwste IMF-raming een vrij dramatische – en mijns inziens uiterst onwaarschijnlijke – terugval van de wereldhandel in de rest van het jaar.
Eigenlijk is zo’n aanpassing van de groeiprojectie die het IMF in juli doorvoerde niet veel meer dan het verwerken van realisaties over voorbije maanden. Het is dus meer achterom kijken dan vooruit kijken. In zekere zin ontkent het IMF de cijfers over de eerste vijf maanden van het jaar. Men houdt immers feitelijk vast aan de eerdere visie dat de wereldhandelsgroei dit jaar zal vertragen. Zo komt de meest evidente vraag bij dit soort instellingen niet eens op tafel, of tenminste niet in het openbaar: hoe kan het dat de groei van de wereldhandel niet terugvalt maar juist versnelt? Laat ik dan maar proberen een antwoord te bedenken.
Ten eerste kan het natuurlijk zijn dat de groei van de wereldhandel in de tweede helft van het jaar alsnog behoorlijk terugvalt. Immers, tijdens de pandemie hebben ondernemers ervaren wat er kan gebeuren als de logistiek in de wereld danig wordt verstoord. Toen kregen ze te maken met ernstige tekorten aan grond- en hulpstoffen en halffabricaten. Om een herhaling van die ellende voor te zijn, hebben ze in de eerste maanden na het uitbreken van de gevechtshandelingen in Iran wellicht uit voorzorg zo veel mogelijk voorraden opgebouwd. Dat heeft de internationale handel in de eerste maanden na het uitbreken van de oorlog ongetwijfeld een tijdelijke impuls gegeven. Maar dat kan mijns inziens niet het hele verhaal zijn.
Een andere verklaring die vaak wordt genoemd, ook door het IMF uiteraard, is dat de explosieve toename van de mondiale investeringen in kunstmatige intelligentie de internationale handel een sterke impuls heeft gegeven. Het lijkt mij evident dat dat het geval is. Wat mij dan niet duidelijk is, is waarom de groei van de wereldhandel de komende maanden fors terug zou vallen. Dan zouden de investeringen in AI in de tweede helft van het jaar immers ook terug moeten vallen. Daar lijkt het voorlopig niet op. Zouden ze bij het IMF niet luisteren naar wat bedrijven bij de presentatie van hun kwartaalcijfers zeggen over de voorgenomen investeringen in AI?
Een derde verklaring voor de onverwacht sterke groei van de wereldhandel is dat de mondiale economie veel veerkrachtiger is dan doorgaans wordt aangenomen. De laatste jaren is vaak betoogd dat de complexe en lange, internationaal verweven toeleverings- en productieketens ons kwetsbaar maken. Het is een reden om meer nadruk te leggen op strategische autonomie. Vorig jaar viel al op dat de importheffingen van Trump een minder negatieve invloed hadden op de wereldhandel dan verwacht. Mijn conclusie was toen dat die complexe, internationaal verweven productieketens ondernemers dwingen heel alert en flexibel te zijn. Dat draagt bij aan de veerkracht van de economie. Dit jaar zien we dat de wereldhandelsgroei wederom meevalt ondanks een nieuwe schok.
In het volgende plaatje gebruik ik de cijfers die het CPB voor de internationale handel van verschillende regio’s publiceert. De sluiting van de Straat van Hormuz heeft de totale export van de regio ‘Midden-Oosten en Afrika’ (aparte cijfers voor alleen het Midden-Oosten publiceert het CPB niet) vanaf maart een forse knauw gegeven. Aangezien het grootste deel van de olie en het gas die normaal gesproken door de Straat van Hormuz wordt vervoerd naar Azië gaat en daar een belangrijk deel van de totale import uitmaakt, zou je verwachten dat de sluiting van de Straat van Hormuz zich in Azië vertaalt in een vermindering van de importvolumes. Maar die importvolumes dalen helemaal niet. Mogelijk geeft de handel in AI-gerelateerde zaken – in die landen zowel aan de import- als de exportkant – meer dan voldoende tegenwicht. Daarnaast zijn de hier weergegeven landen er kennelijk in geslaagd hun olie en gas van elders te betrekken en mogelijk ook meer kolen te importeren.

Ik zou zeggen dat de verrassend sterke groei van de wereldhandel dit jaar en trouwens ook vorig jaar een heel positief economisch signaal is. Dat signaal vraagt om een doorwrochte uitleg en duiding. In de economische beschouwingen kom ik die niet of nauwelijks tegen. Het wordt opgemerkt als een positieve verrassing zonder dat commentaar wordt geleverd op de vraag wat het over de economie zegt. Ben ik nou zo slim of zijn andere economen zo dom?
Dan rest nog wel de vraag of wij in Europa en in het bijzonder in Nederland ook meedoen in die sterker dan verwachte groei van de wereldhandel. Het antwoord daarop is ja en nee. Ja, omdat we in Nederland gezegend zijn met een aantal bedrijven die in de AI-revolutie een prominente rol spelen. En nee, omdat het laatste plaatje (hieronder) laat zien dat de internationale handel van de eurozone als geheel juist geen structurele groei laat zien, laat staan een versnelling van die groei. Dit staat in schril contrast met wat de cijfers met betrekking tot bijvoorbeeld de VS laten zien. Ook deze constatering vraagt om interpretatie en reflectie. Helaas zijn die evenmin ergens te vinden.
