Spilzieke overheid ondergraaft draagvlak voor hogere box-3 en erfbelasting

Dat is de titel van mijn tweewekelijkse column die afgelopen vrijdag in de Telegraaf stond.

Hier is de tekst.

Ik zit in een dipje. Van samenzweringstheorieën moet ik doorgaans niet veel hebben, maar nu bekruipt mij toch het gevoel dat ambtenaren het op mijn zuur verdiende geld gemunt hebben.

Onlangs waarschuwden ambtenaren van het ministerie van Financiën dat de staat de komende tien jaar 22 miljard misloopt als die vermaledijde box-3 belasting op papieren winsten niet volgens plan wordt ingevoerd. Dreigend voegden ze daar nog aan toe dat die schatting waarschijnlijk te laag is. Niet talmen dus, lijkt de boodschap, invoeren en heffen die belasting, die in geen ander land bestaat.

Eerder deze week publiceerde het CPB vervolgens een rapport waarin wordt betoogd dat een meerderheid van de bevolking voor een hogere en meer progressieve erfbelasting is. Nu er in Den Haag naarstig naar inkomsten wordt gezocht, kan ik de gedachte dat het moment van publicatie geen toeval is, niet onderdrukken.

Economen betogen dat erfbelasting een heel goede manier van belastingheffing is, omdat die de economie minder zou verstoren dan andere belastingen. Misschien is dat waar, maar laat ik mijn vakbroeders erop wijzen dat mijn gemoed er juist veel meer door wordt verstoord dan door andere belastingen. En economie is toch een ‘menswetenschap’?

Volgens het CPB-rapport hangt de mening van mensen over erfbelasting onder andere van hun eigen vermogen af. Dat verbaast me niets. Ook vinden de meeste mensen het prima als erfenissen van meer dan een miljoen veel zwaarder worden belast. Tja, niet velen staat een erfenis van meer dan een miljoen te wachten. Laat iemand anders maar belasting betalen.

Als rechtvaardiging van (hoge) erfbelasting wordt vaak betoogd dat de verkrijgers het vermogen zomaar in de schoot geworpen krijgen. Dat is niet eerlijk ten opzichte van mensen die niets erven. Eerlijkheid is echter subjectief. Wat mensen van huis uit meekrijgen, verschilt op veel fronten. Natuurlijke talenten, liefde, aandacht, maar ook de materiële levensstandaard. Moet er niet een belasting komen op een ‘gelukkige jeugd’ of op een materieel bevoorrechte? En hoe eerlijk is het dat de staat zich na mijn overlijden een deel van mijn vermogen toe-eigent? Hoe zit het met het eigendomsrecht?

De overgrote meerderheid heeft geen enkele moeite met het feit dat ze belasting moeten betalen. Publieke voorzieningen en openbaar bestuur kosten nu eenmaal geld. Je moet echter wel zorgen dat je voor elke belasting draagvlak houdt. En niet alleen onder een meerderheid van de bevolking, maar vooral ook onder degenen die zo’n belasting moeten betalen.

Als mensen het gevoel krijgen dat ze steeds meer de ‘uitverkorenen’ zijn om de rekeningen van een spilzieke overheid te betalen, dan dreigt ondermijning van het draagvlak. Helemaal als ze moeite hebben met vele overheidsuitgaven en de notie dat het overheidsapparaat zelf tegen de klippen opgroeit. Die kant moeten we niet op.