Dat is de titel van mijn column deze week op de site van Investment Officer.
Hier is de tekst.
Toen ik een kleine jongen was (we praten over de jaren 60) was de wereld overzichtelijk. Wij waren ‘het vrije westen’ en ook vooral de ‘goeden’. De Russen waren de ‘slechten’. Al jong had ik zo’n donkerbruin vermoeden dat Russische jongens van mijn leeftijd het omgekeerde dachten. Als ik dat thuis of op school opperde, kreeg ik te horen dat die jongens geïndoctrineerd werden. Dan kwam de vraag in mij op of ik ook niet geïndoctrineerd werd, maar die durfde ik niet hardop te stellen.
Tegenwoordig zijn er meer slechten dan alleen de Russen. Over de Chinezen zijn we niet uitgesproken enthousiast, Iran financiert terrorisme dat een bedreiging voor ons vormt en afhankelijk van je persoonlijke voorkeur is ook ofwel Hamas of Israël slecht. Onder Trump zijn de Amerikanen misschien niet direct ‘slecht’, maar erg ’goed’ zijn ze evenmin.
Voor mij als econoom is het grote verschil tussen de jaren 60 en nu dat we toen nauwelijks economische relaties onderhielden met geopolitieke slechten en nu wel. Destijds handelde de Sovjet-Unie vooral met partnerlanden binnen de Comecon en wij handelden, afgezien van grondstoffen, bijna uitsluitend met andere Europese landen en de VS. Dat kon ook niet anders. De communistische landen in Europa hadden nauwelijks harde valuta, de Chinezen ondernamen onder Mao een vrij succesvolle poging zichzelf ten gronde te richten en de rest van de wereld was economisch klein of een puinhoop. Nu participeren alle landen in het mondiale economische verkeer zonder aanziens des geopolitieke status.
Door die verwevenheid tussen geopolitieke tegenstanders is economische oorlogsvoering tegenwoordig een veel gebruikte strategie. Boycots, embargo’s en sancties alom, nog afgezien van importheffingen en al dan niet heimelijke steun aan het eigen bedrijfsleven. Het sanctioneren van een land schaadt bijna per definitie ook de eigen economie.
Olie en gas vervullen in dit spel wel een heel bijzondere rol. De helft van de Russische exportopbrengsten komt uit olie, olieproducten en gas. Wij willen die inkomsten voor het Kremlin graag drukken door Russische olie en gas van de wereldmarkt te weren. Maar Rusland produceert ongeveer 10 procent van alle olie in de wereld en zo’n 15 procent van al het gas. Minder Russische olie en gas impliceert hogere kosten voor ons bedrijfsleven, hogere prijzen aan de pomp en een hogere energierekening. Daar houdt het electoraat niet van. Daarom resulteert een halfslachtig beleid. Oogluikend staan we de Russen toe olie te exporteren met hun schaduwvloot, die ze, nota bene, voor een deel hebben gekocht van Griekse reders. Toen de Straat van Hormuz werd gesloten, heeft het Westen nog wat meer Russische olie richting wereldmarkt toegestaan om de prijsstijging te beperken. De hogere olieprijs die uit een effectief isoleren van Russische olie voortvloeit, is dan natuurlijk ook weer een meevaller voor een land als Iran.
In het conflict met Iran speelt olie uiteraard eveneens een grote rol. Ook voor Iran maken olie en gas ongeveer de helft van de exportopbrengsten uit. Maar er is een groot verschil met Rusland. Iran produceert veel minder olie dan de Russen en verbruikt een onevenredig groot deel van de eigen productie. Vorig jaar exporteerde het land ‘slechts’ circa anderhalf miljoen vaten olie per dag, dat is anderhalf procent van het mondiale verbruik. Als we de Iraanse olie-export volledig weten stil te leggen, dan zou de economische druk op het regime in Teheran wel eens ondraaglijk groot kunnen worden, terwijl de prijsstijging op de wereldmarkt relatief beperkt zou blijven.
Dat is precies de strategie die de Amerikanen nu inzetten. Volgens minister van Financiën Scott Bessent willen de Amerikanen Iran economisch ‘verstikken’ door de olie-export onmogelijk te maken. De Verenigde Arabische Emiraten hebben al besloten alle handel met Iran te staken. Dat is belangrijk want dat land is een van de grootste handelspartners van Iran.
Betrouwbare economische statistieken over Iran zijn schaars. Erg goed lijkt het niet te gaan. Op de parallelle markt is de koers van de Iraanse munt ingestort en de inflatie lijkt de laatste maanden fors te zijn opgelopen. Van binnenlands verzet tegen het regime lijkt momenteel echter geen sprake. Misschien wordt het Iraanse volk ook wel geïndoctrineerd. Zou zomaar kunnen.