Dat is de titel van mijn column die afgelopen vrijdag in de Telegraaf stond.
Hier:
Deze week kreeg ik een brief van het ABP. In de jaren tachtig heb ik enkele jaren in het onderwijs gewerkt en zo een ABP-pensioentje opgebouwd. Dat bedraagt momenteel 850 euro bruto per jaar. Het ABP gaat per 1 januari ‘invaren’, dat wil zeggen dat de pensioenrechten worden omgezet naar het nieuwe stelsel. In de brief stond dat mijn pensioen naar verwachting stijgt naar 969 euro per jaar, liefst 14% meer. Goed nieuws dus. Het pensioen van een kennis die ook zo’n brief had gekregen gaat ruim 9% omhoog. Moeten we hier nu blij mee zijn?
Ik denk dat heel veel deelnemers in het ABP die vergelijkbare brieven krijgen dat zeker zullen zijn. Een gegeven paard moet je immers niet in de bek kijken. Alleen, dit is geen gegeven paard. Dit is mijn eigen paard. Mijn toenmalige werkgevers en ik hebben tot 1990 pensioenpremie betaald, uitgesteld loon heet dat. Het ABP heeft mijn geld sindsdien beheerd.
Doordat het ABP de pensioenrechten jaren niet heeft geïndexeerd is de koopkracht van mijn ABP-pensioen fors aangetast. De indexatieachterstand op mijn pensioentje bedraagt ruim 21%. Als er destijds geen pensioenpremie was afgedragen maar ik dat geld toen uitbetaald had gekregen, had ik meer bestedingskracht gehad dan ik er nu aan kan ontlenen. De verhoging van 14% die mij nu in het vooruitzicht wordt gesteld is welkom, maar compenseert het verlies in koopkracht niet. Het ABP licht toe waar die 14% vandaan komt. 3%-punten is ‘inhaalindexatie’. Maar de achterstand was meer dan 21%. Dan is 3% nogal schamel.
De brief legt ook uit waar de rest van de verhoging van mijn pensioen vandaan komt. In het nieuwe stelsel zijn uitkeringen minder zeker en er hoeven daarom minder buffers te worden aangehouden. De verhoging van mijn pensioen wordt dus betaald uit buffers die eigenlijk toch al van mij waren, een sigaar uit eigen doos.
Vanwege mijn leeftijd wordt mijn pensioenvermogen nu zonder veel risico, dus vooral in obligaties belegd. De rente is gelukkig niet meer zo laag als voor 2022, maar hoog is die niet. Niet in historisch perspectief en niet na correctie voor de inflatie. Dus het rendement zal bescheiden zijn. Als de rente stijgt, wordt het rendement zelfs negatief en dan wordt mijn pensioen weer verlaagd. De kans op indexatie in de toekomst is beperkt.
De brief was voor mij aanleiding om weer eens in de cijfers van het ABP te duiken. Zo’n tweederde van een pensioen wordt betaald uit behaalde rendementen, dus die zijn cruciaal. Vorig jaar boekte het ABP een beleggingsrendement van -1,6%. Dat is teleurstellend, maar het kan een keer tegenzitten. Over 2021-2025 heeft het ABP een gemiddeld jaarlijks rendement behaald van 1,4%. Dat is niet teleurstellend, maar bedroevend. Op een spaarrekening had je nog iets meer kunnen krijgen. In het jaarverslag wordt nauwelijks aandacht besteed aan de slechte rendementen. Vanuit de politiek en de samenleving is het ook stil. Onbegrijpelijk. Vrij naar Louis van Gaal vraag ik mij af: ben ik nou zo’n zuurpruim of zijn jullie zulke goedgelovige naïevelingen?